Stilstaan

‘U weet zelf wel wat ‘normaal’gedrag is in uw wijk. De tijden of plaatsen dat er bekende of juist onbekende mensen langslopen. De routes die gereden en gefietst worden. Plekken waar je stilstaat of normaal gesproken doorloopt. Daardoor valt gedrag dat afwijkt extra op. Wanneer u het zogenoemde ‘onderbuikgevoel’ heeft dat er iets niet klopt, kunt u 1-1-2 bellen.’ (Uit een politiebrochure ‘Wat is verdacht gedrag?’)

Ik sta vaak stil als ik onderweg ben. Het is maar waar ik sta. Vandaag sta ik even niet meer te weten waar ik heen wil in een deftig kustdorp waar meer straten krom dan recht zijn en huizen zich verschuilen achter boom, heg en hek. Er passeren twee hardlopers, een man en een vrouw. Waag het niet ze ergens van te verdenken want ze dragen de juiste laagjes veel te dure merktextiel en in hun oren witte knopjes aan draadjes waar hele orkesten doorheen kunnen en ook nog een zweetband met een logo erop. Zo passeren ze mij, een man gekleed op weer en wind, in donkere kleding, ook van een betrouwbaar merk, muts op, camera over zijn schouder, geleund staande tegen een autootje waarmee je in deze buurt hooguit de boodschapjes doet. En dat uitgerekend op een plek waar zogenaamd niks te zien valt.

En ja, alsof ik er om gevraagd heb: niet veel later stopt er achter mij een politieauto.
“Dag meneer, goedenmiddag, mag ik u vragen wat u hier doet?”
Een kalme, vriendelijke man deze keer.
“Natuurlijk, maar mag ik vragen: waarom vraagt u dat?”
Hij glimlacht. “U staat hier al een tijdje.”
Ach ja. Ik leg uit. Hij begrijpt. Ik stel nog een vraag.
“Klopt,” zegt hij laconiek en haalt zijn schouders op, “We krijgen wel vaker zo’n telefoontje. Meestal niks aan de hand natuurlijk. Maar we gaan altijd wel even kijken.”
Hij wenst me succes verder. Zijn collega heeft in de tussentijd mijn kentekenplaat gecontroleerd.

Het is maar waar je stilstaat. In villawijk ben ik de nachtmerrie van bange witte mensen. In volkswijk, waar alle straten recht zijn en de huizen schouder aan schouder staan, ben ik, hoe lang ik ook stilsta, geen verschijning voor wie je alarmnummers belt, integendeel. Daar is mijn verdachte gedrag van een heel andere orde. Geen politieman die er ooit iets van zegt.
“Hé pipo, moeje mijn hebben?”
“U ben zeker van de belastingdienst, toch ?”
“Nee man, uitkijken, die gozer is kit.”
“Dag hond.”
Hier ben ik opeens een haartje op de arm van de macht.

Niks om wakker van te liggen. Just another few days in the office. Iedere fotograaf die een beetje van de straat is heeft dit soort ontmoetingen. Maar dat je in de ene wijk bij het plebs hoort en in de andere tot een elite, ik slaag er maar niet in dat ‘normaal’ te vinden. Daar krijg ik dan weer een ‘onderbuikgevoel’ van. En geen nummer om dat ergens te melden.

Januari 2014